- In de cursussen worden blokken theorie afgewisseld met zelf
oefenen achter de PC. Bij de behandeling van de theorie
demonstreert de docent, via een eigen docenten-PC, de uit te
voeren handelingen op een centraal opgesteld scherm.
- De 'Beamer' staat zo opgesteld, dat de docent (ook niet zijdelings)
in de lamp kan kijken. Indien men dagenlijks presentaties voor
een "Beamer' geeft kan dit op de lange duur tot
beschadiging van het netvlies leiden.
- Tijdens de theorieblokken zit men aan de centraal opgestelde
tafel. Cursisten worden dan niet afgeleid door hun eigen scherm
en toetsenbord tijdens het behandelen van de theorie.
- Doordat zich bij deze opstelling geen PC’s tussen de docent en de
cursisten bevinden, hebben de cursisten een vrij uitzicht op de
docent en het scherm en ook de docent heeft een goed beeld van
hetgeen de cursisten non-verbaal communiceren. (verslapte
aandacht, afgeleid worden etc.)
- Tijdens het doen van de oefeningen, draaien de cursisten zich
naar de PC’s. De tafels van de cursisten zijn ruim genoeg om
aan ééne zijde een oefenboek en aan de andere
zijde een muismat en muis te plaatsen (naar keuze van de
cursist links of rechts). De docent heeft vanuit zijn centrale
positie een goed beeld van wat er op de PC’s gebeurt en waar
zich eventuele problemen voordoen.
- De geschetste opstelling geeft, in vergelijking tot de klassikale
opstelling, meer bewegingsruimte voor de docent en de cursisten,
doordat alle beschikbare vrije ruimte in het centrum van het
lokaal wordt geconcentreerd. De docent kan gemakkelijk rondlopen
en hoeft zich niet tussen de tafels door te wringen en kan niet
over kabels struikelen.
|
|